Lief Dagboek,

Ik weet het nog als de dag van gisteren. We gingen met het gehele gezin richting Center Parcs en er was maar één ding wat ik wilde. 483 keer van de wildwaterbaan af! De formule 1 was er niks bij, Lewis Hamilton bedankt graag god voor een ‘snelle ronde’, hij had bij mij en mijn broers nog wat kunnen leren over het nemen van een fatsoenlijke bocht. Met onze puber lijven gleden we als jonge goden de baan af alsof we het dagelijks deden. Hoe anders wordt deze ervaring op latere leeftijd. Ik merk het al jaren, op de sporadische momenten dat ik Center Parcs bezoek. Ik begin langzamerhand de souplesse min of meer te verliezen. Het wordt pijnlijk duidelijk dat ik met mijn 31 jarige en zwaarlijvige lichaam niet meer de prestaties kan neerzetten zoals 20 jaar geleden.

Aquadome

De teleurstelling van de hooggespannen verwachtte waterpret laat niet lang op zich wachten. Na het passeren van de poortjes voor de ‘Aquadome’ nemen de chloorgassen al snel bezit van mijn longen. Vroeger had ik daar geen last van, maar na 15 jaar stevig doorroken komen de verschijnselen van een voortijdig kerkhof, angstig dichtbij. Mijzelf vermannend en de doodsroggelende longen in toom houdend begeef ik mijzelf naar the place to be, de ‘Aquadome’. Gespannen en happend naar lucht, volg ik de bordjes , die aangeven waar de ellende begint. Eenmaal aangekomen bij het begin van de wildwaterbaan, neemt mijn zelfvertrouwen een grote sprong. Ik stap het water in alsof ik net ben geschapen door Zeus zelf. Door de drukte heen wadend, begeef ik mij richting het echte startpunt van de waterpret. En daar begint de deceptie.

De harde realiteit

Ik bevind mij 1 meter voor het begin van de baan. Iedereen weet dat je daar over een muurtje moet klimmen om aan de glijbaan te beginnen. Ik hang, arrogant als ik ben, als eerst mijn voeten over de rand met het idee om daarna als een soort herrijzenis van Jezus over de rand te glijden. Dit gaat volgens plan totdat mijn lijf blijft hangen halverwege het muurtje. Ik strand als een moegestreden potvis in de Waddenzee. Het duurt niet lang voordat kinderen, die in de buurt ook op hun beurt aan het wachten zijn, doorhebben dat ik voorlopig nergens naartoe ga. Al snel klauwen ze zich over ‘de rots’ in de branding de wildwaterbaan op. Dat die rots ook een naam heeft interesseert ze geen reet. Net als ik begin te hopen dat dit mijn roemloze einde wordt, schiet ik los. En begin ik aan de afdaling. Dit vordert helaas net zoals het avontuur begon. De herinnering van het korte bochten nemen vervaagt snel als mijn heupen links en rechts keihard tegen de buitenkant van de bochten aan klappen. Terwijl ik worstelend probeer mijn lijf beneden te krijgen word ik links en rechts ingehaald door hysterische kinderen, die mij doen denken aan vervlogen tijden. Ik ben niet langer de Lewis Hamilton van de wildwaterbaan, ik lijk eerder op Koos Alberts in een traplift.

X Rick

ps

Over ouwe lullen gesproken, mijn vader is nog altijd in de waan dat Center Parcs nog steeds Sporthuiscentrum heet.

Wanneer je een reactie plaatst zal ik deze eerst handmatig goedkeuren om spam tegen te gaan.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.